Terechte angsten en lichamelijke beperkingen / autorijden en medicatie

“Veel angstige mensen denken hun angsten op te lossen met behulp van medicijnen. Het is duidelijk dat medicijnen vaak geen oplossing, maar eerder een probleem op zich zelf zijn. Het lastige is dat medicijnen nu juist vaak stoffen bevatten die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden. Voor ons Parkinsonians zijn medicatie van belang voor het lang en goed kunnen blijven functioneren. Belangrijk is dat u nagaat of u met uw medicatie deel mag nemen aan het verkeer en met name mag autorijden. Voelt u zich slaperig door de medicatie, weet dan dat u niet mag autorijden totdat deze slaperige periode voorbij is. Daarbij kan het voorkomen dat u door de medicatie wazig gaat zien”

Sommige medicijnen zijn zelfs verboden in het verkeer:

Artikel 8 WVW 1994

1.Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.

(Bron: Rijksoverheid)

Artikel 8 Wegenverkeerswet 1994

“Er lijkt over dit wetsartikel geen misverstand mogelijk. Maar toch: praktisch iedereen denkt dat met die ‘stof’ alléén alcohol wordt bedoeld. Niets is minder waar. Het gaat om alle stoffen, waar u van kunt en moet weten, die uw rijvaardigheid zou of zouden kunnen beïnvloeden. Dus ook met medicijnen”.

Een extreem voorbeeld:

“Stel, u houd erg veel van erwtensoep. Alleen, als u ervan gegeten heeft, krijgt u erge last van darmkrampen. Zo erg dat u tijdens het auto rijden helemaal ineen krimpt. U heeft dus last van de ‘stof’ van erwtensoep. Dit geldt ook als u alleen van de combinatie erwtensoep en roggebrood met spek hier last van zou kunnen krijgen. U weet het wel, maar gaat toch autorijden. Krijgt u tijdens het autorijden kramp en duikt plots achter het stuur ineen, dan zou u tijdens het autorijden het overige verkeer hierdoor ernstig in gevaar kunnen brengen. Dan is het dus volgens dit wetsartikel verboden een voertuig (dus ook de fiets) te mogen besturen”.

Dit is misschien een extreem gek voorbeeld, maar wel waar. Zo is het dus ook met drugs en medicijnen die stoffen bevatten die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. 
Dus voor de medicatie met Parkinson is het van belang dat u niet slaperig wordt van medicatie of last krijgt van obstipatie waaruit darmkrampen kunnen volgen. Indien u hier last van heeft of gaat krijgen raadpleeg dan altijd uw huisarts, Neuroloog of Parkinsonverpleegkundige. Lees en kijk ook hieronder,

Hoe zit het met medicijnen voor Parkinson?

Of de medicatie invloed heeft op het rijden kan ook worden beoordeeld door de medisch adviseur van het CBR bij de aanvraag van een rijtest. Dat is echter een momentopname en bij nieuwe medicijnen en slaapbijwerkingen is het niet verstandig om te rijden. Neem desgewenst als de slaapbijwerkingen aan houden contact op met uw Parkinsonverpleegkundige of neuroloog.

Als u nog niet voldoende ingesteld bent met uw medicatie en nog een geldig rijbewijs heeft tijdens de aanvraag voor een rijtest kan het besluit van het CBR zijn dat u ongeschikt wordt verklaard en dat uw geldige rijbewijs ongeldig wordt verklaard. Het CBR vraagt u dan om het rijbewijs (tijdelijk) op te sturen zodat u niet meer kunt rijden. Nadat u uw rijbewijs heeft opgestuurd, kan het zo zijn dat u daarna meer informatie kan geven over uw medische situatie op dat moment. Op basis daarvan zal de arts van het CBR uw dossier heropenen in plaats van dat u gevraagd wordt om een nieuwe gezondheidsverklaring in te vullen. De nieuwe informatie gaf aanleiding om u een rijtest te laten doen waarna er een besluit geschikt/ongeschikt kan worden genomen.
* Mijn advies in deze is pas de aanvraag in te sturen naar het CBR, nadat u de definitieve diagnose heeft gekregen en ingesteld bent met de juiste medicatie. Zo voorkomt u onnodig wachten en het moeten opsturen van het rijbewijs.

Bij de medicijnen pramipexol, rotigotine en ropinirol, komen plotselinge slaapaanvallen voor. Dat is natuurlijk gevaarlijk achter het stuur. In de bijsluiter van uw medicijnen kunt u lezen dat u niet mag rijden als bij u slaapaanvallen optreden. Neem contact op met uw neuroloog om als het kan de dosering aan te passen. Besturen mag weer als de slaapaanvallen zijn verdwenen. Zie ook de website van KNMP.

Op de website van het Instituut Voor Medicijnen (IVM) kunt u kijken of u met uw Parkinson medicatie mag autorijden Mag ik rijden met mijn medicijn?

Kijk ook eens bij ParkinsonNet over medicatie en bijwerkingen en hieronder over Apomorfine: van het keuzemoment tot het gebruik ervan.


Ook een goede broninformatie is de website Farmacotherapeutisch Kompas van het Zorg Instituut Nederland van de Rijksoverheid.

Autorijden en categorie 2 medicatie

In het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, staat in artikel 3 om welke stoffen het gaat. Die stoffen worden gemeten bij onderzoek naar drugs, andere stoffen niet. Verder geldt over medicatie en het verkeer dat je met medicatie die de rijvaardigheid beïnvloeden voorzichtig moet zijn. Vooral in het begin is het belangrijk om met medicatie die de rijvaardigheid kan beïnvloeden (gele sticker van de apotheek) even niet te rijden. Deze begin periode is bedoeld om gewend te raken aan de medicatie en dat de arts de bijwerkingen kan beoordelen. Op deze website staat meer informatie over rijden met medicijnen rijveiligmetmedicijnen

In zijn algemeenheid geldt voor het rijden met medicatie natuurlijk de eigen verantwoordelijkheid. Stap niet achter het stuur als je twijfelt of je je niet goed voelt. Voor iedereen die een rijbewijs heeft geldt dat immers.

De Parkinson Vereniging heeft aan het Verbond voor Verzekeraars vragen gesteld over eventueel uitsluitsel van verzekering van mensen die categorie 2 medicatie gebruiken, welke mogelijk van invloed kan zijn op de rijvaardigheid.

Als medicijnen de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden zit er meestal een felgele waarschuwingssticker op de verpakking. Doch bij de medicatie van Parkinson is dit niet altijd het geval. Lees daarom altijd de bijsluiter goed door. Ook al heeft u langere tijd de medicatie. Er kunnen altijd wijzigingen in uw situatie optreden of wijzigingen in de medicatie zitten.

Bij categorie 2 medicijnen wordt de gebruiker gewezen op de gele stikker met de tekst ‘kan de rijvaardigheid beïnvloeden’. Het Verbond van Verzekeraars laat desgevraagd weten:
‘Verzekeraars bepalen niet wie er wel of niet de weg op mag. Dat doet het CBR. De meeste autoverzekeraars controleren bij een ongeval alleen of er een geldig rijbewijs is. Achterliggende informatie, zoals op welke wijze het rijbewijs is verkregen, is voor de verzekeraar niet toegankelijk. Buiten het feit dat het CBR de geschiktheid bepaalt, blijft u als bestuurder altijd verantwoordelijk om veilig aan het verkeer deel te nemen.

Polisvoorwaarden

Er zijn verzekeraars die in hun polisvoorwaarden expliciet hebben opgenomen dat er geen dekking is als de bestuurder medicatie gebruikt die de rijvaardigheid beïnvloedt. Navraag leert dat er een uitzondering wordt gemaakt als de bestuurder een verklaring van het CBR heeft waarin staat dat met het gebruik van het medicijn gereden mag worden.

Informeer bij uw verzekeraar

Het Verbond van Verzekeraars heeft echter geen zicht op de polisvoorwaarden van alle verzekeraars. Al is het maar omdat niet alle autoverzekeraars zijn aangesloten bij de vereniging. ‘Wij adviseren dan ook bestuurders die dit soort medicatie gebruiken bij hun eigen verzekeraar te informeren’, aldus het Verbond van Verzekeraars. ‘Mocht dat voor de verzekeraar reden zijn om geen dekking te verlenen, dan is het wellicht verstandig om over te stappen naar een verzekeraar die dat wel doet.’

Causaal verband

Tenslotte zal het in de praktijk lastig zijn voor verzekeraars – die dus wel uitsluiten – om het gebruik van medicatie aan te tonen en dat de medicatie (mede) de oorzaak van het ongeval was. De verzekeraar moet aannemelijk maken dat het ongeval is ontstaan door het gebruik van de medicatie (causaal verband) en de relatie tussen de medicatie en het ongeval. Verzekeraars zijn niet aanwezig bij het ongeval en varen daarbij voornamelijk op een proces verbaal dat kan worden opgesteld door de politie. De politie is echter bij de meeste ongevallen niet aanwezig. Als zij wel aanwezig zijn, dan moeten zij aanleiding zien om direct na het ongeval een bloedonderzoek af te nemen. Alleen daaruit kan worden vastgesteld of iemand medicatie heeft gebruikt. De verzekeraar kan in principe geen informatie opvragen bij de behandelend arts of apotheker van de bestuurder’, aldus het Verbond van Verzekeraars.

“Het Instituut voor de Medische Statistiek (IMS) heeft berekend hoeveel mensen in Nederland medicijnen gebruiken die (bij)werkingen hebben op het centraal zenuwstelsel. Het zou gaan om meer dan zestien procent van de mensen tussen de achttien en de tachtig jaar”.

“Medicijnen kunnen op verschillende manieren uw rijvaardigheid op een negatieve manier beïnvloeden. Sommige middeltjes maken dat u slaperig wordt. Uw reactievermogen is vele malen slechter dan normaal het geval is”.

“Bepaalde medicijnen en drugs  geven u onterecht een super alert gevoel. Er worden dan meer risico`s genomen. U kunt stukken minder nauwkeurig worden en zelfs  gaan slingeren, zonder dat u zelf ook maar iets in de gaten heeft. Dus als uw bijrijder/partner dit bemerkt weet dan dat zij/hij het beste met u voor heeft”.

“Er zijn ook medicijnen die uw gezichtsvermogen sterk verminderen. Antidepressiva bijvoorbeeld, maken dat u wazig gaat zien. Bewustzijns veranderende middelen (hieronder vallen marihuana, hasj, snuifmiddelen, LSD en paddo`s) veranderen uw manier van waarnemen”.

“Antipsychotica kunnen daarbij ook nog eens een versuffende werking hebben”.

“Benzodiazepinen worden over het algemeen tranquillizers of valium-achtige stoffen genoemd. Enkele veelgebruikte soorten zijn”:

–         Seresta (oxazepam)

–         Librium (chloordiazepoxide)

–         Valium (diazepam)

–         Xanax (alprazolam)

–         Tranxene (cloorazepate dipotassium)

–         Temesta (Lorazepam)

“Bij angstklachten wordt er vaak een van de drie volgende soorten medicijnen voorgeschreven”:

“Tranquillizers kunnen bij hoge doseringen de volgende bijwerkingen hebben”:

–         Duizeligheid

–         Slaperigheid

–         Verwarde gevoelens

–         Wazig zicht

–         Problemen met de stoelgang

–         Misselijkheid

–         Verminderd coördinatievermogen

–         Lusteloosheid

–         Hoofdpijn

–         Trillen

“U kunt daarbij nogal snel verslaafd raken aan benzodiazepinen. Plots stoppen met deze medicijnen geeft veelal ontwenningsverschijnselen”.

“Antidepressiva hebben een negatieve invloed op de rijvaardigheid. De eerste tijd dat u ze slikt, kunt u daarom beter de fiets pakken. Daarna bent u gewent aan de stoffen in het medicijn en kunt u meestal wel weer auto rijden. De bijwerkingen van antidepressiva zijn”:

–         Hoofdpijn

–         Trillen

–         Abnormale dromen

–         Misselijkheid

–         Zweten

–         Slaperigheid

–         Zenuwachtigheid

“Antidepressiva zijn meestal niet verslavend, alhoewel tegenwoordig hieraan wordt getwijfeld. U kunt wel tijdens het afbouwen van het medicijn psychische afhankelijkheid hebben van het middel”.

“Bètablokkers dragen een gele waarschuwingssticker, ze hebben dus invloed op de rijvaardigheid. Bètablokkers zorgen ervoor dat het lichaam niet meer zo snel reageert op de angstgevoelens. Ook bètablokkers hebben bijwerkingen, zij het in een milde vorm”:

–         Slaperigheid

–         Lusteloosheid

–         Duizeligheid

–         Misselijkheid

–         Maagdarmstoornissen

“Bètablokkers zijn alleen een uitkomst voor mensen met specifieke (sociale) angsten. Bij paniekstoornissen heeft u er niet veel aan. En voor mensen die aan bepaalde ziektes lijden, zoals Parkinson kunnen deze medicijnen gevaarlijk zijn. Belangrijk is na te gaan of u Bètablokkers kan gebruiken bij de medicatie van Parkinson”.

Lees ook eens verder op de website van de Hersenstichting over angststoornissen wat er eventueel aan te doen is.

VR behandeling bij angststoornissen / Hersenstichting

Het kan natuurlijk ook verergeren zodat je in een depressie terecht kunt komen. Hiervoor adviseer ik je zeker direct hulp te zoeken via ParkinsonNet bij een aangesloten psycholoog.

Hier kan je ook wellicht meer informatie vinden,

‘Ik loop met je mee’ Mijn leven met Parkinson – Parkinson en depressie, een blog van Nellie Wijffelaars

(Citaten uit het boek “Omgaan met Rijangst”)

(Bron: “Omgaan met Rijangst”; auteurs: Jan van den Berg, Cindy Boon en Laura van Bergen; uitgever: Bohn Stafleu van Loghum; Rijksoverheid; Hersenstichting; Parkinson(isme) en Verkeersdeelnemer)            

www.ipzo.com    

www.bsl.nl